Wetgeving vetafscheider

Wanneer hoeft u een vetafscheider te plaatsen?

Volgens Vlarem II art. 4.2.7.1. en 4.2.7.2. mag er geen afvalwater geloosd worden dat het volgende bevat:

  • organische vetten, minarale oliën, oliën, ontvlambare stoffen en vluchtige solventen
  • andere stoffen extraheerbaar met petroleumether, met een gehalte hoger dan 0,5g/l
  • andere stoffen die het rioleringswater giftig of gevaarlijk kunnen maken

U kan dit op eenvoudige wijze zelf controleren

Een representatief monster van het afgekoelde geloosde afvalwater mag geen oliën, vetten of andere drijvende stoffen bevatten en dit in zulke hoeveelheden dat een drijvende laag op ondubbelzinnige wijze kan vastgesteld worden.

Welke hoeveelheid vetten het afvoerwater nog mag bevatten, alvorens het in de openbare riolering mag geloosd worden, legt Vlarem op.

Wetgeving Vlarem II – vetafscheiders

Overeenkomstig de definities opgenomen in VLAREM, titel I valt het afvalwater van restaurants onder huishoudelijk afvalwater.

Indien de lozing van het restaurant niet meer dan 20 inwonerequivalent bedraagt (of 600 m³/jaar), dan is deze lozing van huishoudelijk afvalwater niet ingedeeld als hinderlijke inrichting volgens bijlage 1 van titel I van het VLAREM. In het andere geval moet er een melding gedaan worden bij de gemeente aangezien u dan onder rubriek 3.2.2.a) van deze lijst van hinderlijke inrichtingen valt.

Een vetvanger op zich wordt niet aanzien als een waterzuiveringsinstallatie en moet ook niet gemeld worden (valt onder de uitzonderingen).

De vraag of u al dan niet een vetvanger moet plaatsen is afhankelijk van waar het restaurant zich juist op het gemeentelijk zoneringsplan bevindt. Wanneer dit in centraal gebied of centraal geoptimaliseerd gebied is en u loost minder dan 600 m³/j, dan stelt artikel 6.2.2.2.1 van titel II van het VLAREM dat de lozing in riolering onder andere geen vaste huishoudelijke afvalstoffen van organische aard mag bevatten.

Wanneer de riolering in slechte staat is, of er zich overstorten bevinden voor de riolering aan de Rioolwaterzuiveringsinstallatie komt, dan kan de gemeente een vetvanger eisen.

Wanneer dit in centraal te optimaliseren gebied is en u loost minder dan 600 m³/j, dan stelt artikel 6.2.2.3.1 van titel II van het VLAREM dat de lozing in riolering niet meer dan 60 mg/l zwevende stoffen mag bevatten en geen oliën, vetten of andere drijvende stoffen. Dan is er sowieso een vetvanger nodig.

Wanneer u meer dan 600 m³/j zou lozen dan moet u voldoen aan subafdeling 4.2.8.2 of subafdeling 4.2.8.1 (zelfde principe als hierboven, maar dan als hinderlijke inrichting).

Meer gedetailleerde informatie vindt u terug op de website van de Vlaamse Overheid, Vlarem II.

Neem contact op met de gemeente van uw vestiging of stel uw vraag via het contactformulier.